Watson en Ivy
Familie

De ontsnapping

Daar liggen ze dan: Jut & Jul, Watson & Ivy. Het was zondagochtend rond een uur of zeven dat ik wakker werd. Niet door iets bijzonders, maar gewoon. Omdat ik de hele week rond dat tijdstip wakker word. 

Ik hoorde wat gerommel bij m’n deur. Charlie komt me iedere ochtend wakker maken, omdat ze me gemist heeft. Of omdat ze honger heeft. Wie zal het zeggen. 

Goed, mijn levende, harige wekker stond weer voor de deur en dus sleurde ik mezelf uit bed. Je moet weten dat het zinvoller is om haar eten te geven en daarna weer terug te keren in bed, dan stoïcijns blijven liggen. Katten zijn onvermoeibaar als het om hun zin krijgen gaat. Zo ook Charlie.

Ik doe de deur van mijn slaapkamer open, terwijl ik mijn eerste woorden van de dag tegen m’n vriendin zeg. ‘Goedemorgen Char-‘. Voor ik weet wat er gebeurt, schiet ze langs me de slaapkamer in en blijft achter me ter hoogte van het bed staan. In die split-second realiseer ik me dat er iets aan de hand is. Diezelfde seconde gebruik ik om m’n hoofd van Charlie naar mijn woonkamer te draaien en zie gelijk wat er gaande is. Ik weet niet hoe groot de schade is, maar ik zie wel dát er schade is. 

Middenin de woonkamer paradeert ze als een dragqueen op de main stage van Rupauls Drag Race. Of beter gezegd, glijdt ze over de vloer als bambi op het ijs. Ivy. 

Ik zie een lichte paniek bij m’n konijn, die het voor elkaar gekregen heeft om te ontsnappen. Ze lijkt alleen nog niet bedacht te hebben hoe ze dan ook weer terug moet. Ze schrikt van mij, rent weg, glijdt uit, knalt met haar achterkant tegen de tafelpoot en rent in blinde paniek door. 

Ik draai me terug naar Charlie om te kijken of er geen gevecht heeft plaatsgevonden. Ik weet dat Charlie de grotere en de sterkere is van de twee dames, maar Charlie lijkt dat zelf niet bedacht te hebben. Ik laat haar maar in die waan. 

Geen wondjes te vinden, alleen een gekrenkt kattenego en grote angst. 

Terug naar de woonkamer, waar Watson in paniek vanuit het hok bij Ivy probeert te komen. Lukt niet, want zoals Ivy niet meer weet hoe je terugkomt, weet Watson überhaupt niet hoe je ontsnapt als de deur dicht zit. Gelukkig lijkt ook Ivy, naast blinde paniek, niets te hebben. Nu ikzelf nog. 

Mijn allereerste angst dat een van mijn beesten op half zeven ligt, is getemd. De volgende paniekgolf rolt over me heen. M’n kabels. Al m’n losse kabels waar normaal geen konijnen bij kunnen, zelfs niet als ze los lopen, liggen nu als gratis McDonalds wanneer je op dieet bent voor Ivy klaar. Hoe graag ik ook wil kijken, ik moet eerst zorgen dat Charlie en Ivy elkaar niet meer kunnen opzoeken. En misschien nog wel meer dat Watson z’n bloeddruk naar beneden gaat, want die lijkt nog het meest in paniek.

Ik pak de losse ren uit de zijkamer, zet de deur van het hok open en maak een scheiding in m’n woonkamer. De scheiding die er altijd is wanneer de konijnen los mogen. Hoofdzakelijk om Charlie te beschermen tegen twee sloopkogels op het hoogste standje. 

Charlie zelf lijkt dan ook direct te kalmeren wanneer the wall gebouwd heb. Gelukkig, dat scheelt in ieder geval één dier. 

Met de konijnen veilig op hun eigen terrein, zet ik mijn koers uit naar de kabels. M’n geliefde kabels. Die van het internet liet al eerder het leven toen ik Watson net had en proefondervindelijk ontdekte hoe scherp die tandjes zijn. Het lijkt er deze keer gelukkig op dat Ivy vooral in haar reguliere territorium rondgespookt heeft. Ik kan geen enkel afgebeten of kapot geknaagd stukje ontdekken. Toch is de opluchting maar half aanwezig, want je weet het pas echt zeker wanneer je alles aangezet hebt. En daar is geen tijd voor, want ik heb een ontploft konijnenterrein op te ruimen. 

Ivy is een graver, een knager en een sloper pur sang. Waar Watson na één ronde plinten knagen denkt, ‘het zal mijn tijd wel duren, ik ga hier liggen en doe niks meer’. Is Ivy net een machine. 

Deze keer is er teveel onrust om te knagen. Watson is ontzettend opgelucht dat hij weer bij zijn vriendinnetje is en ook Ivy lijkt weer wat kalmer. Heel even vind ik het ontzettend schattig dat ze elkaar direct opzoeken en een wasbeurt geven. Alsof ze zo aan elkaar vragen of alles wel goed gaat. En elkaar geruststellen dat het nu over is met dat gedoe.

Inmiddels is het vijf over zeven op zondagochtend. Alles in mij wil niets liever dan rechtsomkeer maken en mijn bed weer in duiken. Alleen durf ik dat niet. Ivy heeft namelijk de ren die aan het hok vastzit zo ver omhoog gekregen dat ze er onderdoor geglipt is. Het kan niet anders. Ik kan niet het risico nemen dat haar baldadige bui nog niet over is en ze vervolgens the wall tegen de vlakte werkt. Charlie is immers al op leeftijd. Twee keer grote paniek op één ochtend en ze blijft erin, denk ik. 

En zo sta ik even later met een gigantisch konijnenhok in mijn keuken. De wekelijkse schoonmaak doe ik deze keer maar voor acht uur ‘s ochtends op de zondag. 

Daarna puzzel ik wat met de ren en weet hem klem te zetten onder de vensterbank. Nadat de ren en het hok weer aan elkaar vastzitten en de konijnen eindelijk besloten hebben huiswaarts te keren, doe ik het hok weer dicht. Charlie ligt inmiddels weer in coma op de bank, Watson en Ivy komen bij van hun avonturen en ik ben tevreden. 

Grapje natuurlijk. 

Ik ben niet tevreden. 

Ik ben inmiddels hangry, veel te wakker om nog te kunnen slapen en veroordeeld tot het schoonmaken van de rest van de kamer. Maar je krijgt er zoveel voor terug. 

Previous Post

No Comments

Leave a Reply